Op deze en andere bladzijden gaan we dieper in op de enkele belangrijke kenmerken van railvoertuigen als cultuurhistorische objecten. Op deze pagina gaat het over de vormgeving. Op dit moment bestaan de volgende paragrafen:

  • Inleiding
  • Kleustelling van stoomlocomotieven
  • Stroomlijn-design

Inleiding

De vormgeving van spoor- en tramwegmaterieel is, net als die van andere objecten, van een aantal factoren afhankelijk. Bij de bouw van een trein of tram wordt het uitgangspunt gevormd door de functie van het object; vervolgens zijn de ter beschikking staande techniek en de gebruikte bouwwijze (materialen en constructie) van belang. Bij het bepalen van de uiteindelijke vorm en het definitieve kleurgebruik kan iedere opdrachtgever, ontwerper of fabrikant natuurlijk in principe de eigen voorkeuren volgen. Die voorkeuren hangen vaak samen met wat op dat moment 'in de mode is'. Zo werden veel interlokale stoomtramlijnen aangelegd in de periode rond 1900 en werden in deze tijd dus ook veel locomotieven en rijtuigen aangeschaft. Ondanks de sobere vormgeving die bij dit trammaterieel gebruikelijk was, valt een zekere invloed van de 'Jugendstil' niet te ontkennen. Nog sterker geldt dit voor de eerste elektrische treinen in ons land die in 1908 gingen rijden. Overigens was de Jugendstil ook van invloed op de de architectuur van stations- en andere gebouwen en op de vormgeving van het gebruiksgrafiek.

In dezelfde mate kunnen we dat zeggen van latere design-opvattingen als Art Deco, Stroomlijn en Modernisme. Maar uiteindelijk moeten we niet vergeten dat railvervoer-middelen gewoon 'productiemiddelen' zijn, waar niet altijd plaats is voor franje.

Kleurstelling van stoomlocomotieven

Toch kunnen er -in heden en verleden- redenen zijn om extra aandacht aan vorm en kleur te besteden. Bijvoorbeeld toen er eind 19e eeuw steeds meer verschillende spoorweg-maatschappijen ontstonden, die probeerden ze zich van elkaar te onderscheiden door diverse kleurstellingen toe te passen. Tegenwoordig zouden we zo'n kleur tot de "huisstijl" rekenen, maar toen heette dat nog niet zo. Groen was wel de meest voorkomende kleur, omdat op deze kleur weinig vuil te zien was en groen bovendien goed in het landschap paste, maar in de loop der tijden ontstonden er heel wat variaties.

Het eerste Nederlandse spoorbedrijf, de "Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij" (HIJSM), koos oorspronkelijk voor een donkergroene kleur op de locomotieven, afgezet met rode biezen. De "Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen" (SS) was eerst ook donkergroen, maar zag later meer in het frisse appelgroen, afgezet met zwarte banden en fraai afgewerkt met bijzondere witte biezen. De "Rhijnspoor" (NRS) bracht in haar nadagen nog een nieuwe kleur lichtbruin op haar locomotieven aan, terwijl de "Nederlandse Centraal Spoorweg-Maatschappij" (NCS) heel gedurfd in de kleur geel rondreed, geflankeerd door wit, zwart, rood en groen! Ook de locomotieven van de "Noord-Brabantsch Duitsche Spoorweg-Maatschappij" (NBDS) zagen er in hun blauwe tenue fris en vrolijk uit.

De 20e eeuw maakte gaandeweg een eind aan al die kleurigheid. Vooral na de samenwerking van de diverse bedrijven in de Nederlandsche Spoorwegen tijdens de jaren 1920 werd de "huisstijl" een wat sombere kleur donkergroen. Ook met het ingewikkelde biezenwerk was het afgelopen: het werd te bewerkelijk en dus te duur.

Stroomlijn-design

In de jaren 1930 was er extra reden om aandacht aan het uiterlijk te besteden. De spoorwegen kampten met de economische crisis, toenemende concurrentie van het wegverkeer en afnemende populariteit. In 1934 namen de Nederlandse Spoorwegen (NS) nieuwe dieseltreinen in dienst, die moesten aantonen dat het railvervoer nog altijd modern was en nog lang niet had afgedaan. Deze diesels werden vormgegeven volgens de nieuwste mode van het "stroomlijn-design", dat in die jaren vanuit de Verenigde Staten kwam overwaaien. Verder werden ze afgeleverd in een opvallende zilverkleur, zodat ze een revolutionaire verschijning vormden op de Nederlandse rails. Ze kregen al met al veel aandacht en dwongen tot ver over de grenzen respect af!
De besmettelijke kleur zilvergrijs werd overigens al snel vervangen door het standaard-donkergoen van de NS.

In dezelfde tijd kwam de overgang van geklonken constructies naar laswerk tot stand. Niet langer waren rijtuigbakken hoekig en bezaaid met klinknagels. Dit gladde uiterlijk benadrukte de specifieke kenmerken van de stroomlijn-vorm nog eens extra.

Het "stroomlijn-design" was overigens niet alleen maar een kwestie van uiterlijk vertoon. Het kwam in eerste instantie wel degelijk voort uit de verwachting dat stroomlijn tot besparing op de brandstofkosten zou leiden. Met name in de auto-industrie, waar vanaf de jaren 1920 het streven was een een auto te prduceren voor de massa, die dus goedkoop in aanschaf, onderhoud en vooral in benzine-gebruik moest zijn, verwachtte men veel van deze wijze van vormgeving. De Volkswagen Kever is nog altijd het bekendste voorbeeld van dit streven. Ook in de vliegtuigindustrie, waar vanaf de jaren 1930 de toestellen meer en meer geheel van metaal werden gebouwd, kreeg de stroomlijn al snel vat op het ontwerp.

Door de NS, maar ook door buitenlandse spoorbedrijven, werd in de jaren 1930 zelfs geexperimenteerd met gestroomlijnde stoomlocomotieven, met zeer wisselend resultaat. Echt succesvol kon het allemaal niet genoemd worden, althans wat brandstofbesparing betreft. Waar stroomlijn in de luchtvaart wel degelijk zin had, bleken de resultaten op de rails uiteindelijk tegen te vallen.

Na de oorlog werd stroomlijn nog een tijdje als modern gezien, maar in de jaren 1960 werden treinen en auto's langzaamaan weer hoekiger, ongetwijfeld deels als reactie op de ronde vormen die op een gegeven moment juist weer ouderwets werden gevonden, maar ook omdat andere vormgevinsprincipes gingen prevaleren, zoals een efficient ruimtegebruik. Vooral autobussen en vrachtwagens zien we in de jaren 1960 steeds vierkanter worden.

Meer informatie over stroomlijn-design

  • Over gestroomlijnde treinen in Nederland in de Wikipedia
  • Over stroomlijn als stijl in de vormgeving in de Wikipedia
  • Over stroomlijntreinen en andere voertuigen ('streamliners') in internationaal perspectief in de Engelstalige Wikipedia
  • Over de relatie tussen streamline en Art Deco op www.louisvilleartdeco.com. Helemaal naar beneden scrollen voor Art Deco en transport
  • Over stroomlijn in het algemeen in de Wikipedia
  • Over een van de Amerikaanse aartsvaders van het streamline-design, Henry Dreyfuss in de Wikipedia

 

In deze afdeling komen belangrijke vragen over historische railvoertuigen aan de orde, zoals:

Waar dienden ze voor? Dit is een vraag naar de functie van railvoertuigen. Wat werd er mee vervoerd en waarom?

Hoe werkten railvoertuigen? Dit is een vraag naar de techniek; bijvoorbeeld naar hoe het voertuig werd voortbewogen.

Hoe werden railvoertuigen in elkaar gezet? Welke materialen werden gebruikt, welke bouwtechnieken toegepast? Dit is een vraag naar de bouwwijze van historische railvoeruigen.

Hoe zagen railvoeruigen er vroeger uit? Welke kleuren en vormen werden gebruikt en waarom? Dit is een vraag naar de vormgeving van railvoeruigen.



Jugendstil
-elementen bij de eerste elektrische treinen >> groot



Eind 19e eeuw was het een kleurige boel op de Nederlandse rails. Al naar gelang de spoorweg-maatschappij stoomden de locomotieven in blauw, geel of appelgroen door het land.

 


In 1934 werd in Nederland het eerste stroomlijntreinstel in dienst gesteld, de NS DE 27. Deze trein dwong zelfs het respect af van de Amerikaanse ontwerper Raymond Loey.

In de jaren 1930 rn 1940 volgden meer gestroomlijnde diesels en ook elektrische treinstellen.

De PCC-car werd in de jaren 1930 ontwikkeld in de VS en was toen voor een tram het toppunt van stroomlijn-design. In Den Haag reed vanaf eind jaren 1940 een Europese variant. Ook
Amsterdam en Rotterdam kregen hun gestroomlijnde trams.


Stroomlijn beperkte zich niet tot treinen, maar werd ook, en vaak eerder, bij andere vervoermiddelen uitgeprobeerd. De Tjechische Tatra is een beroemd voorbeeld als het om auto's gaat.